#Denker blog – Donker wordt het niet meer

Onlangs liep ik ‘s avonds door het park. Daar staan geen lantaarnpalen. Of in ieder geval niet veel. Het leek mij prettig me even in het donker te begeven.  Het schelpenpaadje is duidelijk zichtbaar, het bleekt licht op onder het schijnsel van de sikkelmaan. Maar ik zie meer. In de verte: een enorme lichtzuil bij een Van der Valk Hotel. Het knippert en dat schijnsel weerkaatst op de bomen. Dat is niet het enige; van alle kanten lijken er lichtstralen door de lucht te zweven. Ik vraag mij af waar vandaan: grote kassen, de snelweg in de verte met de autolichten? Donker is het niet meer.  Gitzwarte duisternis, geen hand voor ogen zien, het poelzwarte donker, dat tegenwoordig  onmogelijk. Overal  trillen lichtdeeltjes tussendoor. Zelfs om het hoekje, zelfs in de schaduwen. Toen ik nog jong was, was het licht mijn vriend. Het verjaagde de spookbeelden die ik in het donkerte ontwaarde. Hoe heerlijk om met een rozerood lampje in je kamer in slaap te vallen. Maar nu wil ik af en toe terug naar hoe het was. Het oerdonker, het spannende duister. Mijn hart in mijn keel voelen kloppen… Maar donker wordt het niet meer.

#Denker blog – Besmet

Besmet

Eerst ben je de enige in huis. Dan blijkt, na een dag of vier, dat ook je man en zoon zijn besmet. Ook Corona. Hoofdpijn, koorts, vermoeidheid, verkouden, maar geen verlies van geur of smaak. 

En het valt redelijk mee, vinden de mannen. Voor mijn jonge zoon blijkt dat ook zo te gaan. Het verloop van de ziekte is voor hem het meest mild. Waar ik mij zeer moe en lichtelijk benauwd voel, is hij vooral verkouden en heeft hij hoofdpijn. Maar hij redt het zonder paracetamol.

Ik zweer bij paracetamol. Om de 6 uur slik ik twee pillen, zodat de rauwe randjes eraf gaan. En na een week lijkt het in ieder geval beetje bij beetje beter te gaan. 

Alleen begint dan het grote zorgen maken, want mijn man ligt vet in de lappenmand. Hij kan niets meer, heeft hoge koorts en hoest zo erg, zo erg, dat het soms lijkt dat hij zijn longen eruit hoest. En iedere dag hoop je dat het beter gaat, maar het blijft maar hetzelfde. 

Angst overheerst. Steeds stel ik hem de vraag: voel je je benauwd? Want dan bel ik meteen de huisarts! En dat is het enige positieve: geen ademnood. 

Top tien schrijftips van John Grisham

John Grisham vond ik niets. Bestsellers over rechtzaken? Saai! Tom Cruise bracht daar verandering in, door de verfilming van het boek ‘The Firm’ was ik om. Het was rete-spannend , met een simpele en o zo doeltreffende ontknoping. Ik werd benieuwd naar het hele verhaal, want film laat toch veel achtergrondinformatie weg. Nu ben ik fan, Grisham schrijft goed en pakkend. Steeds beter. 

Zijn boek uit 2017, Camino Island, is anders dan anders.

Hoewel toch weer een soort detective, is het basisidee: de ontvreemding van de manuscripten van F. Scott Fitzgerald, mede gericht op een lezerspubliek dat zijn klassiekers kent. 

Tussen de bedrijven door geeft Grisham tips. Over goede boeken om te lezen, bijvoorbeeld, van schrijvers waar ik nog nooit van gehoord heb, maar die nu wel op mijn lijstje ‘te lezen boeken’ staan. 

Plus de ‘top tien regels voor het schrijven van fictie’ genoteerd uit de mond van hoofdpersoon Cable. Deze top tien deel ik hier graag met jullie.

“‘Cable’s Top Ten Rules for Writing Fiction,’ a brilliant how-to guide put together by an expert who’s read over four thousand books.” (Grisham, J. (2017) Camino Island, p.253)

Regel 1 – Laat een proloog achterwege
Het laat de lezer wachten, terwijl er in hoofdstuk 1 vaak niets over terug te vinden is, net als in hoofdstuk 2 en dan ineens, als je het proloog compleet vergeten bent, komt de schrijver er in hoofdstuk 3 ineens op terug.

“Okay, I hate prologues. I just finished a novel by a guy who’s touring and will stop by next week. He always starts every book with the typical prologue, something dramatic lik e a killer stalking a woman or a dead body, then will leave the reader hanging, go to chapter 1, which , of course, has nothing to do with the prologue, then to chapert 2, which, of course, has nothing to do with either chapter 1 oor the prologue, then after about thirty pages slam the reader back to the action in the prologue, which bij then has been forgotten.”  (p. 253)

Regel 2 – Introduceer niet meer dan vijf karakters in het eerste hoofdstuk
Dat is meer dan genoeg en minder verwarrend voor de lezer.

“Another rookie mistake is to introduce twenty characters in the first chapter. Five’s enough and won’t confuse your reader.”  (p. 254)

Regel 3 – Als je een mooi woord zoekt, zoek er dan een met niet meer dan drie lettergrepen
Wees als schrijver geen opschepper die zijn lezers wil laten weten hoeveel moeilijke woorden hij kent.

“Next, if you feel the need to go to the thesaurus, look for a word with three syllables of rewer. I have a nice vocabulary and nothing ticks me off more than a writer showing off with big words I’ve never seen before.” (p.254)

Regel 4 – Gebruik aanhalingstekens bij dialogen
Anders wordt het onoverzichtelijk voor de lezer.

“Next, please, please use quotation marks with dialogue; otherwise it’s bewildering.” (p.254)

Regel 5 – Durf te schrappen
De meeste schrijvers zeggen teveel. Schrap overbodige zinnen en onnodige scenes.

“Rule Number Five: Most writers say too much, so always look for things to cut, like throwaway sentences and unnecessary scenes. I could go on.”
(p. 254)

Het mooie is: hier blijft het bij. Cable zegt dat hij nog veel meer weet, maar hij laat het hierbij. Jammer, ik wilde graag de andere vijf tips lezen van deze grote leermeester.

Maar wie zijn boeken leest, kan daar natuurlijk ook zelf meer van zijn regels uithalen. En dan zijn het er vast meer dan 10…

Irina Hoffer