Verslaafd

Ik hou er niet van ergens aan verslaafd te zijn. Ik doe mijn hele leven al mijn best om  cafeïne te weren, niet aan de drugs te gaan, seks met mate te bedrijven. Ik hou er gewoon niet van ergens aan verslaafd te zijn.

Dat werkt best wel door. Het is zelfs zo erg dat ik niet hou van verslaving aan stopwoordjes. Onlangs betrapte ik me erop dat ik iets ‘ernstig’ grappig vond, of ‘ernstig’ ontspannend. Zodra ik het in de gaten kreeg, was het met dat woord gedaan. Ik verwijderde het ‘ernstig’ weer snel uit mijn dagelijkse woordenbibliotheek.

Ik hou er simpelweg niet van ergens aan verslaafd te zijn. Voor mij geen herhalende handelingen waaraan je een verslaving herkent. Dat je ergens afhankelijk van wordt en niet meer zonder kan. 

En toch… Er is één ding dat ik maar niet kan laten. Ik moet wel, voor mijn werk, anders kom ik nergens. En thuisblijven is geen optie. Eén keer per week sta ik me langs de weg te verbijten, want van deze verslaving raak ik niet af.

Iedere week is het raak: doe ik weer die slang in die auto en: pompen maar. Ben ik dus toch verslaafd…